Algemeen principe
Eind 2001 werd een nieuwe reglementering gesloten met
betrekking tot het tijdskrediet. Ze vervangt het oude regime
van de loopbaanonderbrekingen.
Mits naleving van bepaalde voorwaarden, geeft het tijdskrediet
het recht aan een groot aantal werknemers om hun prestaties
te verminderen of te schorsen gedurende een bepaalde periode
en beoogt daarmee een betere integratie van werk en privé.
Tijdens hun tijdskrediet ontvangen de werknemers een maandelijkse
onderbrekingsuitkering van de RVA bovenop hun loon.
Voor werknemers van 50 jaar en ouder zijn
binnen het systeem van vermindering van prestaties in het
kader van het tijdskrediet bijzondere maatregelen opgenomen. Alleen
deze maatregelen worden hier verder besproken.
Aan
welke voorwaarden moet de werknemer voldoen ?
| - |
De werknemer moet ten minste 50 jaar zijn op het
moment dat het tijdskrediet begint te lopen. |
| - |
Hij moet gedurende 5 jaar bij zijn huidige werkgever
werken, berekend van datum tot datum voorafgaand
aan de schriftelijke aanvraag bij zijn werkgever.
Bovendien moet hij een anciënniteit als loontrekkende
hebben van ten minste 20 jaar. |
| - |
Wil hij zijn prestaties tot de helft van een voltijdse
arbeidsregeling verminderen dan hij moet het jongste
jaar ten minste 3/4-tijds gewerkt hebben of halftijds
als hij overgaat van het oude stelsel van loopbaanonderbreking
voor oudere werknemer naar tijdskrediet.
Wil hij zijn prestaties met 1/5 verminderen dan
moet hij het jongste jaar ten minste 4/5 gewerkt
hebben (bijvoorbeeld in het algemeen stelsel van
tijdskrediet of in het oude stelsel van loopbaanonderbreking). |
Hoe
lang kan men tijdskrediet nemen ?
|
|
Minimumperiode: |
| |
Wie 4/5 wenst te werken vraagt de prestatievermindering
aan voor een periode van ten minste 6 maanden.
Wie halftijds werkt vraagt deze prestatievermindering aan voor een periode
van ten minste 3 maanden. |
|
|
Maximumperiode: |
| |
Voor werknemers van +50 jaar is er geen beperking
in de tijd. Zij kunnen tijdskrediet nemen tot aan
het begin van het pensioen, ongeacht de leeftijd
|
Hoeveel bedraagt de uitkering
van de RVA ?
|
|
De uitkering van de RVA is forfaitair
en bedraagt: |
| - |
Bij vermindering met 1/5: 189,92 EUR bruto/maand
(01/01/2006) |
| - |
Bij vermindering tot de helft: 408,88 EUR bruto/maand
(01/01/2006) |
| - |
Wie zijn prestaties vermindert met
1/5 en alleen woont of UITSLUITEND samenwoont
met één of meerdere kinderen waarvan
minstens één ten laste is, heeft nog
recht op een bijkomende uitkering. |
Op deze
bedragen is er geen bedrijfsvoorheffing ingehouden.
De onderbrekingsuitkeringen worden meegeteld bij
de berekening van de belastbare basis van de werknemer.
Ze zullen dus op jaarbasis belast worden. |
Aanvraagprocedure
|
|
Bij de werkgever |
| |
| De werknemer stuurt een aangetekende
brief |
| - |
ten minste 3 maanden voor het begin van het
tijdskrediet als de onderneming meer dan 20 werknemers
telde op 30 juni van het voorgaande jaar; |
| - |
ten minste 6 maanden voor het begin van het
tijdskrediet als de onderneming 20 of minder
werknemers telde op 30 juni van het voorgaande
jaar. |
Bij gemeenschappelijk akkoord kunnen
deze termijnen verkort worden.
In geval van verlenging moet dezelfde procedure gevolgd worden. |
|
|
|
Bij de RVA |
| |
De werknemer stuurt zijn aanvraag naar de RVA: het
formulier 'C61-CAO77bis' + de nodige attesten aangetekend
op naar de RVA.
Dit gebeurt uiterlijk binnen de twee maanden na het begin van de onderbreking,
anders krijgt hij geen retroactieve betaling. In geval van verlenging
moet dezelfde procedure gevolgd worden.
De werknemer ontvangt binnen de twee maanden een antwoord van de RVA
en een onderbrekingskaart. |
Bijzondere regelingen binnen
PC 218
|
Akkoord
van de werkgever |
De
CAO van 16 juni 2005 bepaalt dat voor niet-uitvoerende
bedienden en voor bedienden die een functie uitoefenen
die niet door een andere bediende in het bedrijf wordt
uitgeoefend niet automatisch recht hebbenop tijdskrediet.
Een akkoord van de werkgever is in dit geval
vereist. De instemming of niet-instemming van
de werkgever zal aan de werknemer worden meegedeeld
uiterlijk op de latste dag van de maand volgend op de
maand waarin de werknemer een schriftelijke aanvraag
voor tijdskrediet heeft gedaan. De werkgever dient
de vakbondsafvaardiging te ïnformeren over zijn
beslissing.
|
5%
drempel |
De
CAO van 16 juni 2005 bepaalt ook dat werknemers die
tijdskrediet genieten en die de 55 jaar of ouder zijn
niet meegerekend worden voor de drempel van 5 %.
|
Aanvullende
premie |
Bovendien
voorziet de CAO in een aanvullende premie ten laste
van het sociaal fonds.
|
|
Aan welke voorwaarden moet de werknemer
voldoen om een extra tussenkomst te krijgen van
het Sociaal Fonds ?
|
| |
| |
| De werknemer moet: |
| - |
tewerkgesteld zijn bij een bedrijf dat onder
PC 218 valt |
| - |
55 jaar of ouder zijn |
| - |
zijn prestaties verminderen met 1/5.
Wie zijn prestaties tot de helft terugbrengt heeft geen recht op
een bijkomende tussenkomst. |
|
|
|
Hoeveel betaalt het Sociaal Fonds ?
|
| |
| |
De werknemer krijgt maandelijks 58,97 EUR
bruto (vanaf 01/01/2006).
Op dit bedrag is er geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. Het wordt
mee in aanmerking genomen bij de berekening van de belastbare basis
van de werknemer. Het zal dus op jaarbasis belast worden. |
|
|
|
Hoe lang geldt deze maatregel ?
|
| |
| |
| De extra tussenkomst is bepaald in de CAO's
van 16 juni 2005, die geldt voor de periode
2005-2006. |
|
Invloed op vakantie- en
pensioenrechten
|
|
Vakantierechten
|
| |
De periodes van arbeidsonderbreking in het kader
van tijdskrediet worden niet gelijkgesteld met
gewerkte dagen. Ze worden dus niet in aanmerking genomen
om het recht op vakantiedagen en het
recht op vakantiegeld voor het volgend
jaar vast te stellen.
|
|
|
Pensioenrechten
|
| |
Periodes van tijdskrediet worden wel gelijkgesteld met
gewerkte dagen voor de berekening van de pensioenrechten voor
werknemers van +50 jaar en dit tot aan hun pensioen.
|