 |
Principe |
De werkgever
kan gedurende een bepaalde periode de aanvullende vergoeding
die hij aan de bruggepensioneerde betaalt, recupereren
bij het sociaal fonds.
 |
Voorwaarden |
| - |
De opzeg moet een aanvang nemen na
30/06/2011. |
| - |
De bediende is op het moment dat hij met brugpensioen
gaat 59 jaar. |
De voorwaarden
moeten tegelijk voldaan zijn om een tussenkomst van
het sociaal fonds te kunnen genieten. Het recht
op de tegemoetkoming geldt slechts tot de bruggepensioneerde
de leeftijd van 60 jaar bereikt.
 |
Aanvragen |
De werkgever bezorgt, na de aanvang
van het brugpensioen, volgende documenten aan het sociaal
fonds:
| - |
Het informatieformulier
Brugpensioen |
| - |
Een kopie van het formulier C 18.3 van de RVA
of een attest waarin de RVA verklaart welke de
gezinslast
is van de bruggepensioneerde. |
| - |
Een kopie van de individuele rekening van de bediende
over de jongste 12 maanden voorafgaand aan de aanvangsdatum
van het brugpensioen. |
| - |
Een kopie van de ontslagbrief. |
| - |
Een volmacht indien een sociaal secretariaat optreedt
in naam van de werkgever. |
Het aanvraagdossier
moet ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op
het begin van het brugpensioen bij het sociaal fonds
toekomen.
Als het aanvraagdossier
voor terugbetaling in aanmerking komt, dan ontvangt
de werkgever hiervan een bevestiging samen met een document
voor afrekening.
 |
Afrekenen |
Het sociaal
fonds betaalt de tussenkomst na ontvangst van het afrekeningsdocument
dat door de werkgever of het sociaal secretariaat na
het verstrijken van het kalenderkwartaal of het kalenderjaar
wordt bezorgd.
Het afrekeningsdocument moet ten laatste op 30 juni
van het jaar volgend op het jaar waarvoor de terugbetaling
wordt gevraagd, worden bezorgd aan het sociaal fonds.
Alleen wanneer
zowel het aanvraagdossier als de afrekeningsdocumenten
tijdig en volledig ingevuld bij het sociaal fonds toekomen,
kan de werkgever aanspraak maken op terugbetaling.